ECLI:NL:HR:2020:2
Hoge Raad · 07-01-2020 · zaaknummer 18/03180
Inhoudsindicatie
Mishandeling, art. 300 Sr, en diefstallen, art. 310 Sr. Oplegging ISD-maatregel, art. 38m Sr e.v. Vereisten voor kwalificatie als ‘zeer actieve veelpleger’ a.b.i. art. 2.b van de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (i.h.b. de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders). HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH9943 m.b.t. rechterlijke binding aan de Richtlijn. De Richtlijn vermeldt een aantal eisen waaraan moet zijn voldaan, voordat sprake is van een “zeer actieve veelpleger” a.b.i. deze Richtlijn tegen wie de oplegging van de ISD-maatregel kan worden gevorderd. Eén van deze eisen is dat over een periode van 5 jaren p-v’s zijn opgemaakt tegen verdachte voor meer dan 10 misdrijffeiten, waarvan ten minste 1 misdrijf in de laatste 12 maanden terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit. Het middel berust op de opvatting dat bij de beoordeling of is voldaan aan deze eis, strafbare feiten die gevoegd aanhangig zijn gemaakt of waarvan op de tz. de voeging is bevolen (en waarvan niet is vrijgesproken), niet mogen worden meegeteld. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- E.E.W.J. Maessen
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
