ECLI:NL:HR:2020:1975
Hoge Raad · 08-12-2020 · zaaknummer 19/03955
Inhoudsindicatie
Opzettelijk telen van hennep (art. 3.B Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). Vormverzuim, art. 359a Sv. Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting, nu politieagent in privétijd op bezoek gaat bij vriend (verdachte) en in diens woning hennepkwekerij aantreft. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1889 m.b.t. vraag wanneer sprake is van “voorbereidend onderzoek”. Hof heeft vastgesteld dat politieagent in privétijd een vriendschappelijk bezoek bracht aan verdachte, en dat agent naar aanleiding van hun gesprek, waarbij bij agent de gedachte rees dat zijn vriend wel eens bezig kon zijn met kweken van hennep, trap is opgelopen en hennepkwekerij heeft aangetroffen op slaapkamer. Hof heeft verder vastgesteld dat agent 4 of 5 weken later, na overleg met vertrouwenspersoon en zijn lijnchef, p-v van bevindingen heeft opgemaakt en dat o.g.v. deze informatie het opsporingsonderzoek is gestart, waarbij rechtmatig woning is betreden en kwekerij is ontmanteld. Hof heeft op grond daarvan geoordeeld dat agent in woning van verdachte geen activiteiten verrichtte die kunnen worden aangemerkt als opsporing a.b.i. art. 132a Sv. Dat oordeel geeft geen blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Advocaten
- B. Vermeirssen
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
