ECLI:NL:HR:2020:196
Hoge Raad · 28-01-2020 · zaaknummer 18/02645
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Onder zich hebben van beschermde inheemse vogels die niet zijn voorzien van juiste pootring (meermalen gepleegd), art. 13.1 Flora- en faunawet. 1. OM n-o in vervolging, nu pootringen zijn verwijderd zodat het niet meer mogelijk is om tegenonderzoek te laten uitvoeren? 2. Verweer strekkend tot bewijsuitsluiting op de grond dat verbalisanten zich niet (tijdig) hebben gelegitimeerd. 3. Verweer dat niet met voldoende zekerheid is komen vast te staan dat vogels niet zijn voorzien van juiste pootring. 4. Heeft mogelijke verkrijging van vogels in België gevolgen voor strafbaarheid van het onder zich hebben van die vogels in Nederland? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- B.F. Keulen
- J. Wouters
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
