ECLI:NL:HR:2020:195
Hoge Raad · 04-02-2020 · zaaknummer 19/00445
Inhoudsindicatie
Poging tot zware mishandeling door ander met een mes in de rug te steken, nadat verdachte en zijn vrouw door 2 mannen zijn geschopt en geslagen, art. 302 Sr. Noodweerexces. Is geen sprake van hevige gemoedsbeweging omdat verdachte zich bewust was van zijn handelen? ’s Hofs oordeel dat geen sprake is geweest van hevige gemoedsbeweging vanwege enkele omstandigheid dat verdachte zich bewust was van zijn handelen en bewust heeft gestoken om een einde te maken aan ruzie is zonder nadere motivering die ontbreekt, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat ”bewust handelen” niet z.m. onverenigbaar is met “een hevige gemoedsbeweging” a.b.i. art. 41.2 Sr. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
Rechters
Advocaten
- H. Bakker
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
