ECLI:NL:HR:2020:1895
Hoge Raad · 01-12-2020 · zaaknummer 19/05116
Inhoudsindicatie
Verlaten plaats ongeval, art. 7.1 WVW 1994. Hof heeft (door bevestiging vonnis Pr) verdachte n-o verklaard in zijn verzet tegen strafbeschikking, nu verzet te laat is gedaan. Heeft verdachte verzet gedaan binnen 14 dagen nadat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat strafbeschikking hem bekend was, nu strafbeschikking niet aan verdachte in persoon is uitgereikt maar per gewone post aan zijn BRP-adres is verzonden? Art. 257e.1 Sv. Hof heeft kennelijk geoordeeld dat zich omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat strafbeschikking verdachte meer dan 14 dagen voorafgaand aan het door hem gedane verzet bekend was, zodat verzet niet tijdig is gedaan. Dat oordeel is niet toereikend gemotiveerd gelet op wat verdachte heeft aangevoerd (hij heeft pas van strafbeschikking kennis genomen toen zijn vader hem deze door telefoon voorlas) en in aanmerking genomen dat hof geen vaststellingen heeft gedaan m.b.t. moment waarop strafbeschikking aan verdachte bekend is geworden. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- R.D.J. Visschers
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
