ECLI:NL:HR:2020:1809
Hoge Raad · 17-11-2020 · zaaknummer 19/03015
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. in uitoefening van agrarisch bedrijf nodige verzorging aan runderen onthouden (art. 2.2.8 Wet dieren). Betekening dagvaarding in h.b. na afloop tz. Dagvaarding in h.b. is na vergeefse aanbieding op BRP-adres van verdachte op dag van tz. in h.b. na tijdstip van behandeling van zaak (bij verstek) uitgereikt aan griffier Rb, terwijl op diezelfde datum afschrift van dagvaarding is verzonden naar BRP-adres. Uit stukken van geding kan worden afgeleid dat dagvaarding in h.b. pas is betekend (via uitreiking aan griffier) op tijdstip gelegen na tijdstip waartegen verdachte was gedagvaard. Gelet daarop is ’s hofs oordeel dat verdachte rechtsgeldig is gedagvaard voor tz. in h.b. onjuist. HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig.
Advocaten
- B.F. Keulen
- J. Boksem
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
