ECLI:NL:HR:2020:1801
Hoge Raad · 08-12-2020 · zaaknummer 18/03050
Inhoudsindicatie
Beleggingsfraude. Feitelijk leidinggeven aan: oplichting begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 326 Sr ), bedrieglijke bankbreuk begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 341 Sr), valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225 Sr) en medeplegen van gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Middelen over 1. strafmotivering nu hof ten nadele van verdachte is afgeweken van onvoorzienbare strafeis en 2. (motiverings)klacht m.b.t. geschatte toewijzing vordering b.p’s. HR: art. 81.1 RO en ambtshalve: omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen, art. 36f Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2020:914). Samenhang met 19/04538 en 19/04540.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J.W.P.M. van der Velden
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
