ECLI:NL:HR:2020:1764
Hoge Raad · 10-11-2020 · zaaknummer 20/01230
Inhoudsindicatie
Herziening. Rijden tijdens rijontzegging, art. 9.1 WVW 1994. Aangevoerd wordt dat Pr aanvrager zou hebben vrijgesproken indien hij ermee bekend zou zijn geweest dat aan aanvrager opgelegde ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen vóór 14-8-2019 al was geëindigd. Leveren kennisgeving beslissing inhouding rijbewijs en brief waarmee rijbewijs is teruggezonden aan aanvrager een novum a.b.i. art. 457.1.c Sv op? HR: Op redenen vermeld in CAG moet aangevoerde worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. CAG: Pr was kennelijk niet bekend met omstandigheid dat rijbewijs van aanvrager 86 aaneengesloten dagen ingevorderd is geweest. Dit behelst feit dat, ware het Pr bekend geweest, waarschijnlijk tot andere uitkomst van strafzaak had geleid omdat opzetbestanddeel van art. 9.1 WVW niet kan worden bewezen. Aan de bij het herzieningsverzoek gehechte kennisgeving beslissing inhouding rijbewijs d.d. 4-4-2019 en aangetekende brief d.d. 21-6-2019 waarmee rijbewijs door Parket CVOM is teruggezonden aan aanvrager, kan ernstig vermoeden worden ontleend dat Pr, als hij met deze door aanvrager vermelde gegevens bekend was geweest, aanvrager van tlgd. zou hebben vrijgesproken. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J.M. Bekooij
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
