ECLI:NL:HR:2020:1607
Hoge Raad · 13-10-2020 · zaaknummer 19/01687
Inhoudsindicatie
Afleveren van bolletjes heroïne en vervoeren en aanwezig hebben van heroïne, cocaïne en MDMA, art. 2.B en 2.C Opiumwet. Verbeurdverklaring inbeslaggenomen geldbedragen (€ 314,30 en € 4.255), art. 33a.1.b Sr. Is voldaan aan voorwaarde dat feit m.b.t. geldbedragen is begaan? Onder ‘het feit’ in art. 33a.1.b Sr moet bewezenverklaarde feit worden verstaan. Hof heeft geoordeeld dat bewezenverklaarde feit is begaan “met betrekking tot de geldbedragen”. Nu hof heeft bewezenverklaard afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van harddrugs is dat oordeel niet toereikend gemotiveerd. Dat hof heeft vastgesteld dat geld bestaat uit kleine coupures die in auto van verdachte en in haar jas in een bundel zijn aangetroffen terwijl verdachte eveneens in bezit was van drugs zoals aangetroffen in haar jas en in auto waarin zij op dat moment reed, volstaat daartoe niet. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. strafoplegging) en terugwijzing.
Advocaten
- A.C. Vingerling
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
