ECLI:NL:HR:2020:1276
Hoge Raad · 10-07-2020 · zaaknummer 19/04130
Civiel rechtGepubliceerd 09-07-2020
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen schuldenaar (art. 6:145 BW). Redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 BW).
Advocaten
- B.M.H. Fleuren
- F. van Lanschot Bankiers
- F.E. Vermeulen
- G.C. Nieuwland
- I.M.A. Lintel
- J. den Hoed
- J. van Weerden
- J.W.H. van Wijk
- T. Hartlief
- T.T. van Zanten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
