ECLI:NL:HR:2020:1272
Hoge Raad · 10-07-2020 · zaaknummer 19/02298
Inhoudsindicatie
Rolbeslissing. Tweede Enkelvoudige kamer HR. Verzoek OM aan rolraadsheer om vertrouwelijke behandeling van door klaagster ingesteld cassatieberoep tegen beschikking Rb n.a.v. ex art. 552a Sv ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave van onder klaagster inbeslaggenomen zaken en vastgestelde gegevens ter uitvoering van rechtshulpverzoek van Verenigde Staten. Art. 23.5 en 23.6 Sv. 1. Verzoeken OM strekkende tot behandeling van cassatieberoep met gesloten deuren en in afwezigheid van klaagster en haar raadsman. 2. Verzoek OM m.b.t. alle ex art. 434.1 Sv aan HR toegezonden stukken. 3. Verzoek OM m.b.t. in cassatieprocedure opgemaakte en nog op te maken stukken. 4. Verzoek klaagster tot verstrekken processtukken en afwijzing verzoek OM. Ad 1. Gelet op hetgeen in rolbeslissing ECLI:NL:HR:2020:134 is overwogen zal rolraadsheer geen beslissing nemen op deze deelverzoeken maar deze verzoeken in handen stellen van in art. 21 en 22 Sv bedoelde (raad)kamer van HR, die deze verzoeken kan beoordelen. Ad 2. en 4. Rolraadsheer stelt (gelet op brief van AG bij ressortsparket) vast dat t.a.v. ‘p-v van bevindingen betreffende geheimhouders van 24-4-2018’ geen beslissing meer nodig is. T.a.v. overige stukken is (mede gelet op nauwe verwevenheid van onderhavige zaak met hiervoor genoemde zaak en daarin door rolraadsheer genomen beslissing) voldoende aannemelijk geworden dat in dit stadium van procedure belang van onderzoek ernstig wordt geschaad indien deze aan (raadsman van) klaagster worden verstrekt. Rolraadsheer zal verzoek OM tot geheimhouding daarom ook in onderhavige zaak in zoverre toewijzen, hetgeen met zich brengt dat verzoek van klaagster in zoverre zal worden afgewezen. Ad 3. en 4. Wat betreft tot nu toe in cassatieprocedure opgemaakte stukken, waaronder (rol)CAG en onderhavige rolbeslissing, is niet aannemelijk dat belang van onderzoek ernstig wordt geschaad indien stukken aan (raadsman van) klaagster worden verstrekt. Rolraadsheer zal daarom in zoverre verzoek van raadsman van klaagster tot verstrekking van processtukken toewijzen, v.zv. deze stukken niet reeds aan raadsman van klaagster zijn verstrekt. Wat betreft verzoek tot geheimhouding van in cassatieprocedure nog op te maken stukken a.b.i. in brief van OM zal rolraadsheer thans nog geen beslissing nemen maar per geval beoordelen of zich geval voordoet dat, gelet op art. 23.6 Sv, moet worden afgezien van verstrekking van deze stukken aan raadsman van klaagster. Volgt toewijzing verzoek OM m.b.t. alle aan HR toegezonden stukken en toewijzing verzoek klaagster m.b.t. in cassatieprocedure opgemaakte stukken. Verzoekschrift wordt in handen gesteld van (raad)kamer van HR. Vervolg op ECLI:NL:HR:2020:134 (rolbeslissing i.h.k.v. verlof a.b.i. art. 552p.2 (oud) Sv) en HR:2020:987 (beschikking i.h.k.v. verlof a.b.i. art. 552p.2 (oud) Sv).
Rechters
Advocaten
- A.L.J. van Strien
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
