ECLI:NL:HR:2020:1264
Hoge Raad · 10-07-2020 · zaaknummer 19/02506
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Ontvankelijkheid vordering uit onrechtmatige daad. Rechtspersonenrecht. Insolventierecht. Faillissement na toepassing noodregeling (art. 5a Tijdelijke regeling invoering Wft (oud), art. 213f (oud) Fw). Insolventie omdat geen akkoord is aangeboden (art. 173 lid 1 Fw). Ontbinding rechtspersoon (art. 2:19 BW). Is de rechtspersoon opgehouden te bestaan? Rechtsgevolg van rehabilitatie (art. 206 Fw). Toegang tot de rechter (art. 6 EVRM). Onderbouwing aansprakelijkheid jegens belanghebbende bij de rechtspersoon.
Advocaten
- G.C. Nieuwland
- J.W.H. van Wijk
- N.C. van Steijn
- T. Hartlief
Partijen
DE NEDERLANDSCHE BANK N.V
verweerster · bedrijf
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
