Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2020:123

Hoge Raad · 18-02-2020 · zaaknummer 18/02529

StrafrechtGepubliceerd 24-01-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Medeplegen invoer 2,8 kilo cocaïne via Schiphol, art. 2.A Opiumwet. Smartphone zaak. Bewijsuitsluiting resultaten van onrechtmatig verricht onderzoek aan smartphones van verdachte? Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat sprake is van onherstelbaar vormverzuim in voorbereidend onderzoek a.b.i. art. 359a Sv. Dat oordeel is in cassatie niet bestreden, zodat daarvan moet worden uitgegaan. Voorts heeft Hof vastgesteld dat verdediging niet heeft geconcretiseerd dat verdachte daarvan nadeel heeft ondervonden. Daarnaast heeft Hof geoordeeld dat opsporingsambtenaren die onderzoek hebben uitgevoerd te goeder trouw hebben gehandeld, dat verwijtbaarheid van hun handelen gering is, dat geen sprake is van situatie waarin verantwoordelijke autoriteiten zich vanaf moment waarop dit “structurele verzuim” hun bekend moet zijn geweest onvoldoende inspanningen hebben getroost overtredingen van desbetreffende voorschrift te voorkomen en dat door OvJ, indien deze daartoe zou zijn aangezocht, toestemming zou zijn verleend smartphones van verdachte te onderwerpen aan onderzoek zoals dat heeft plaatsgevonden. Hof heeft daaraan conclusie verbonden dat kan worden volstaan met constatering van vormverzuim, nu “zich geen geval voordoet waarin toepassing van bewijsuitsluiting in aanmerking komt a.b.i. ECLI:NL:HR:2013:BY5321, terwijl evenmin sprake is van door vormverzuim veroorzaakt nadeel dat zich leent voor compensatie d.m.v. strafvermindering a.b.i. ECLI:NL:HR:2004:AM2533.” HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY5321 m.b.t. beoordelingskader t.a.v. aan vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv te verbinden rechtsgevolg en gevallen waarin bewijsuitsluiting dient te worden toegepast. ’s Hofs op dit beoordelingskader gebaseerd oordeel dat aan door Hof tot uitgangspunt genomen vormverzuim geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, is niet onbegrijpelijk. Enkele omstandigheid dat “meer dan beperkte inbreuk op persoonlijke levenssfeer van verdachte is gemaakt” betekent immers nog niet dat “bewijsuitsluiting noodzakelijk [is] als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben te voorkomen”. Dat oordeel is voorts - in het licht van ’s Hofs vaststellingen - toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:588.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.