Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2020:1155

Hoge Raad · 30-06-2020 · zaaknummer 18/03043

StrafrechtGepubliceerd 29-06-2020
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Diefstal d.m.v. braak uit woning (art. 311.1.5 Sr) en beschadiging bank en deur van politiecel (art. 350.1 Sr). Grondslag controle voertuig. Verweer strekkende tot n-o OM in strafvervolging van verdachte dan wel bewijsuitsluiting. Hof heeft vastgesteld dat door opsporingsambtenaren (A en B) voertuig waarin verdachte zat is stilgezet. Deze opsporingsambtenaren waren bekend met recente woninginbraken in gemeente Soest en hadden tijdens briefing gehoord dat op naam van verdachte tenaamgesteld voertuig meerdere keren was weggereden voor politie en het eerder niet gelukt was om verdachte staande te houden. Opsporingsambtenaren hebben, na stilhouden van auto, identiteit gecontroleerd. Vervolgens heeft verbalisant B door achterruit van voertuig inbrekerswerktuigen waargenomen. Op grond daarvan is verdenking ontstaan dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan strafbaar feit. Hierop is verdachte aangehouden op verdenking van overtreding van art. 2:44 APV Soest en is auto ex art. 96b Sv doorzocht. In deze vaststellingen ligt besloten dat aan doorzoeking voorafgegane controle, bestaande uit doen stilhouden van auto en inzage vorderen in bescheiden, heeft plaatsgevonden in verband met eerdere woninginbraken in gemeente Soest en daarom onderzoek i.v.m. strafbare feiten betrof en uitsluitend kan worden aangemerkt als opsporing a.b.i. art. 132a Sv. Zoals blijkt uit verwerping van door raadsman gevoerd verweer heeft hof geoordeeld dat opsporingsambtenaren o.g.v. art. 5:11 Awb jo. art. 2:44 en 6:2 APV Soest als toezichthouder toepassing konden geven aan in art. 5:19 Awb neergelegde bevoegdheden. Dat oordeel getuigt van onjuiste rechtsopvatting. O.g.v. art. 1:6.a Awb zijn hoofdstukken 2 tot en met 8 en 10 van die wet immers niet van toepassing op opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dat brengt met zich dat art. 5:19 Awb geen grondslag biedt voor toepassen van in die bepaling neergelegde bevoegdheden van toezichthouder, indien die bevoegdheidsuitoefening in concrete omstandigheden van het geval uitsluitend kan worden aangemerkt als opsporing in de zin van art. 132a Sv (vgl. ECLI:NL:HR:2018:487). Volgt vernietiging en verwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:706.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.