ECLI:NL:HR:2019:983
Hoge Raad · 18-06-2019 · zaaknummer 18/03221
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op jas onder klager t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie, witwassen en invoer van cocaïne. Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard op de grond dat klager niet redelijkerwijs als rechthebbende op jas kan worden beschouwd, nu strafdossier voldoende aanwijzingen bevat dat niet klager maar sportwinkel eigenaar van jas is. Oordeel Rb toereikend gemotiveerd? In overwegingen Rb ligt besloten dat Rb, na vooropstelling van toepasselijke maatstaf, heeft vastgesteld dat belang van strafvordering voortduren van beslag niet (meer) vordert. Vervolgens heeft Rb aan haar oordeel dat klaagschrift ongegrond moet worden verklaard ten grondslag gelegd dat "het strafdossier tegen klager (...) voldoende aanwijzingen [bevat] dat niet klager, maar [sportwinkel] eigenaar van de jas is". Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Rb heeft vastgesteld dat jas onder klager in beslag is genomen. Dat brengt mee dat jas aan klager had moeten worden teruggegeven, tenzij ander redelijkerwijs als rechthebbende t.a.v. die jas moet worden beschouwd. Kennelijk oordeel Rb dat sportwinkel redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd, is ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Rechters
Advocaten
- K. Hoesenie
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
