ECLI:NL:HR:2019:837
Hoge Raad · 04-06-2019 · zaaknummer 18/01088
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedragen onder inmiddels overleden echtgenoot van klaagster t.z.v. verdenking van witwassen, terwijl klaagster (erfgename van gewezen verdachte) stelt dat geldbedragen haar in eigendom toebehoren. Welk strafvorderlijk belang bestaat bij voortduring beslag gelet op overlijden van gewezen verdachte? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:19 m.b.t. toepasselijke maatstaf wanneer ander dan beslagene, stellende dat inbeslaggenomen voorwerpen haar in eigendom toebehoren, zich bij Hof beklaagt over voortduring van beslag en uitblijven van last tot teruggave aan haar. Hof heeft met zijn oordeel dat "- gelet op de inhoud van het dossier over de verdachte herkomst van het geld en de ongeloofwaardige verklaringen van de gewezen verdachte daarover - [er] nog steeds een strafvorderlijk belang [is] dat het geld niet wordt teruggegeven" klaarblijkelijk tot uitdrukking gebracht dat belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van inbeslaggenomen geldbedragen. Dat oordeel is, mede gelet op ’s Hofs vaststelling dat in strafzaak tegen echtgenoot van klaagster OM n-o is verklaard in vervolging van verdachte i.v.m. overlijden van echtgenoot, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met ECLI:NL:HR:2015:210 (strafzaak tegen echtgenoot van klaagster).
Advocaten
- A.E. Harteveld
- O.O. van der Lee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
