ECLI:NL:HR:2019:78
Hoge Raad · 22-01-2019 · zaaknummer 18/01541
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. (Gewoonte)witwassen, art. 420bis.1.b jo. 420ter.1 Sr. Partiële vrijspraak t.a.v. geldbedragen op de grond dat ‘niet kan worden uitgesloten dat deze bedragen afkomstig zijn uit enig door verdachte zelf begaan misdrijf’. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:2842 m.b.t. kwalificatie-uitsluitingsgrond indien bewezenverklaard witwassen bestaat uit verwerven of voorhanden hebben van 'onmiddellijk' uit 'eigen' misdrijf afkomstige voorwerpen. Hof heeft kennelijk beoogd toepassing te geven aan deze rechtspraak. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de bedragen onmiddellijk afkomstig zijn uit een eigen misdrijf van verdachte is niet begrijpelijk gemotiveerd. De enkele omstandigheid dat afkomst uit een door verdachte zelf begaan misdrijf ‘niet kan worden uitgesloten’ volstaat daartoe niet, mede in aanmerking genomen de in ECLI:NL:HR:2016:2842 aangeduide factoren. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- P. van Dongen
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
