ECLI:NL:HR:2019:716
Hoge Raad · 14-05-2019 · zaaknummer 17/05494
Inhoudsindicatie
Poging doodslag door aangever met een mes in de rug te steken en meermalen in het gezicht te slaan/stompen, art. 287 Sr. Noodweer(exces), art. 41 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:456 m.b.t. eisen aan “ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding” voor geslaagd beroep op noodweer(exces). Hof heeft vastgesteld dat (i) nadat aangever de woning van verdachte had verlaten, waarbij aangever met zijn rechterhand uithaalde richting de voordeur, hij van verdachte vandaan ging en verdachte daarna niet heeft aangevallen en dat daartoe ook geen onmiddellijke dreiging bestond, (ii) verdachte vervolgens met een mes in zijn handen in de richting van aangever is gelopen en toen aangever daarop achteruit bij hem vandaan liep, een slaande maai-beweging met de hand waarin hij het mes vasthield richting aangever heeft gemaakt, waarbij hij aangever heeft gestoken, (iii) aangever hierna "naar de grond ging" waarop verdachte bovenop aangever is gaan zitten en aangever meermalen in het gezicht heeft geslagen/gestompt. Het op deze vaststellingen gebaseerde oordeel van Hof dat het bestaan van een situatie van noodweer(exces) nadat verdachte zijn woning weer had verlaten, niet aannemelijk is geworden en dat daarom het beroep op noodweer(exces) moet worden verworpen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- J. Silvis
- M.J. Lamers
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
