ECLI:NL:HR:2019:708
Hoge Raad · 14-05-2019 · zaaknummer 18/00699
Inhoudsindicatie
Telen van 324 hennepplanten in door verdachte gehuurde woning (art. 3.B Opiumwet) en diefstal d.m.v. verbreking van elektriciteit t.b.v. hennepkwekerij (art. 311.1.5 Sr). Is redelijke termijn bij betekening verstekmededeling ex art. 366 Sv na vonnis Pr overschreden, nu vonnis dateert van 7-3-2014 en mededeling uitspraak eerst op 5-4-2017 in persoon aan verdachte is uitgereikt, terwijl niet blijkt dat verstekmededeling binnen jaar na uitspraak is betekend? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van redelijke termijn in geval OM bij ex art. 366 Sv voorgeschreven betekening van verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht. Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn bij betekening van verstekmededeling na vonnis Pr. Daarbij heeft Hof in aanmerking genomen dat het niet onnodig lang heeft geduurd voordat verdachte met vonnis Pr bekend raakte, gelet op het feit dat verdachte vanaf 28-9-2012 tot 23-2-2017 niet op enig adres stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Dat oordeel is niet begrijpelijk, reeds in aanmerking genomen dat niet blijkt dat binnen een jaar na uitspraak Pr verstekmededeling is betekend. HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert door Hof opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden met 1 week. Samenhang met 18/00697 P.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J.J. Bussink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
