ECLI:NL:HR:2019:671
Hoge Raad · 23-04-2019 · zaaknummer 18/05006
Inhoudsindicatie
Uitlevering ter strafvervolging aan Verenigde Staten. Middelen over 1. verwerping verweer dat uitlevering opgeëiste persoon zal blootstellen aan risico van dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM en 2. kwalificatie naar NL recht van feit waarvoor uitlevering wordt verzocht als deelnemen aan criminele organisatie a.b.i. art. 140 Sr. HR t.a.v. middelen: art. 81.1 RO. HR ambtshalve: Rb heeft uitlevering toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van het feit omschreven in het hiervoor genoemde uitleveringsverzoek”. Noch de bestreden uitspraak noch voormeld uitleveringsverzoek behelst een omschrijving van dit feit. HR herstelt dit verzuim door uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in de “Affidavit in Support of Request for Extradition”.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- F.T.C. Dölle
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
