ECLI:NL:HR:2019:609
Hoge Raad · 16-04-2019 · zaaknummer 18/04056
Inhoudsindicatie
Gekwalificeerde meineed door als getuige in strafzaak tegen ander ttz. valse verklaring af te leggen, art. 207.2 Sr. Was door verdachte onder ede afgelegde valse verklaring 'ten nadele van' A? In art. 207.2 Sr is niet eis gesteld dat verklaring in concreet geval daadwerkelijk voor beklaagde of verdachte nadelige uitwerking heeft gehad (vgl. ECLI:NL:HR:1929:171). Blijkens bewijsvoering heeft Hof vastgesteld dat verdachte degene is geweest die B heeft doodgeschoten en dat hij ttz. als getuige in strafzaak tegen A, die ook van doodslag op B werd verdacht, hiermee strijdige verklaring heeft afgelegd. O.b.v. deze vaststellingen heeft Hof geoordeeld dat deze verklaring 'ten nadele van' A is afgelegd. ’s Hofs oordeel dat door verdachte afgelegde verklaring 'ten nadele van' A is afgelegd, geeft mede gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld, niet blijk van onjuiste uitleg van art. 207 Sr en is niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
