ECLI:NL:HR:2019:421
Hoge Raad · 26-03-2019 · zaaknummer 18/00424
StrafrechtGepubliceerd 22-03-2019
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Verschillende overtredingen van art. 3 Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie (art. 11a (oud), thans: art. 11b, Opiumwet). Klacht dat ’s hofs beslissing t.a.v. de mate van strafvermindering i.v.m. overschrijding van de redelijke termijn in h.b. onbegrijpelijk is. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/06062 en 18/00423.
Advocaten
- J.W. Heemskerk
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
