ECLI:NL:HR:2019:26
Hoge Raad · 08-01-2019 · zaaknummer 17/04384
Inhoudsindicatie
Antilliaanse zaak. Opiumlandsverordening 1960 en Vuurwapenverordening 1930. O.m. bewijsklachten en aanwezigheidsrecht verdachte. CAG: falende bewijsklachten omdat deze grotendeels feitelijke grondslag missen. Bij de klacht dat de verdachte niet bij zijn uitspraak in persoon aanwezig kon zijn (art. 408 Sv Curaçao) heeft verdachte geen belang. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/04384A en 17/05185A.
Advocaten
- C. Reijntjes-Wendenburg
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
