ECLI:NL:HR:2019:22
Hoge Raad · 08-01-2019 · zaaknummer 17/02616
Inhoudsindicatie
Medeplegen invoer cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen opzettelijk afleveren, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet) in periode van 1 januari 1986 tot en met 31 december 1987. Strafvervolging door verjaring vervallen? O.g.v. art. 70.1.3 (oud) Sr gold t.t.v. begaan van beide tlgd. feiten verjaringstermijn van twaalf jaren. Die termijn is o.g.v. van art. 71 (oud) Sr aangevangen op dag nadat feiten zijn gepleegd. O.g.v. art. 72.1 (oud) Sr is verjaring gestuit door ’s Hofs arrest van 5 maart 1992 waarna nieuwe verjaringstermijn is aangevangen. Uit stukken van het geding blijkt niet dat gedurende twaalf jaren na dat arrest enige daad van vervolging is verricht. Derhalve moet het ervoor worden gehouden dat het recht tot strafvordering m.b.t. beide feiten op 6 maart 2004, en dus vóór inwerkingtreding van wet van 16 november 2005 tot opheffing verjaringstermijn bij zeer ernstige delicten en wet van 15 november 2012 tot aanpassing regeling vervolgingsverjaring, door verjaring was vervallen. HR zal, met vernietiging van bestreden uitspraak, OvJ alsnog n-o verklaren in vervolging.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
