ECLI:NL:HR:2019:21
Hoge Raad · 08-01-2019 · zaaknummer 17/02394
Inhoudsindicatie
Opzettelijk voordeel trekken uit opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed, te weten door zijn vriendin verkregen bijstandsuitkering terwijl zij niet aan haar inlichtingenplicht voldeed, art. 416.2 Sr. Uos dat verdachte geen opzet had op voordeel trekken uit door misdrijf verkregen goed en bewijsklacht “opzettelijk voordeel trekken”. Uit de bewijsvoering volgt, mede in aanmerking genomen hetgeen namens verdachte is aangevoerd, niet z.m. dat verdachte "opzettelijk" voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, nu uit die bewijsvoering niet z.m. volgt dat het opzet van verdachte was gericht op de omstandigheid dat zijn vriendin niet had voldaan aan de inlichtingenverplichting uit hoofde van de Wet werk en bijstand. De bewezenverklaring is dus in zoverre niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- C. Grijsen
- J. Silvis
- R. van Leusden
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
