ECLI:NL:HR:2019:1927
Hoge Raad · 10-12-2019 · zaaknummer 18/01520
Inhoudsindicatie
Medeplegen uitgeven van valse bankbiljetten (feit 1) en uitgeven van valse bankbiljetten (feit 2), art. 213 Sr. Opzet op valsheid van geld? Hof heeft vastgesteld dat uitgeven van valse biljetten van 50 euro is geschied i.h.k.v. aankoop van goederen die waren aangeboden via Marktplaats, dat verkoper werd gebeld door vrouw die kenbaar maakte interesse te hebben in te koop aangeboden goed, dat verdachte (zowel bij feit 1 als bij feit 2) aanwezig was, dat is betaald met valse biljetten van 50 euro, dat medeverdachte (bij feit 1) heeft bekend dat hij vals geld heeft uitgegeven en dat het verdachte was die (bij feit 2) biljetten van 50 euro heeft overhandigd, waarbij aangever direct gevoeld heeft dat het vals geld betrof. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat verdachte bij beide feiten, al dan niet als medepleger, “opzettelijk” valse bankbiljetten heeft uitgegeven, is niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. medeplegen (feit 1).
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
