ECLI:NL:HR:2019:1920
Hoge Raad · 10-12-2019 · zaaknummer 18/04454
Inhoudsindicatie
Rijden tijdens rijontzegging, art. 9.1 WVW 1994. Bewijsklacht. Bewezenverklaring is niet toereikend gemotiveerd. Uit inhoud van gebezigde b.m. kan immers niet worden afgeleid dat verdachte bij rechterlijke uitspraak bevoegdheid tot besturen van motorijtuigen was ontzegd, noch dat ontzegging van kracht was t.t.v. tlgd. feit. Anders dan Hof kennelijk heeft geoordeeld, is - uit b.m. blijkende - omstandigheid dat verdachte voorafgaande aan tlgd. feit is veroordeeld vanwege overtreding van art. 9.2 WVW 1994 (besturen van motorrijtuig terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard) daartoe niet redengevend. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J.B.M. Nijhuis
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
