ECLI:NL:HR:2019:1876
Hoge Raad · 03-12-2019 · zaaknummer 19/03240
Inhoudsindicatie
Herziening. Voorhanden hebben vuurwapen en munitie categorie III, art. 26.1 WWM. Aangevoerd wordt dat de bij de aanvraag overgelegde getuigenverklaring het voor het Hof geschetste alternatieve scenario nader onderbouwt. Volgens de aanvrager had dit, indien het Hof bekend was geweest met de nieuwe getuigenverklaring, geleid tot vrijspraak. Het bij het Hof geschetste alternatieve scenario hield in dat een ander dan de aanvrager het wapen in de voorraadkast heeft gelegd om de aanvrager een hak te zetten. Het Hof heeft dat verweer verworpen op de grond dat het dossier daarvoor, naast het enkele gegeven dat de voordeur van de woning van de verdachte niet goed afgesloten kon worden, geen enkel aanknopingspunt biedt. De overgelegde getuigenverklaring doet niet het ernstige vermoeden rijzen dat het oordeel van het Hof dienaangaande onjuist is en wekt derhalve niet een ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1 ahf.c Sv. HR wijst de aanvraag tot herziening af.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
