ECLI:NL:HR:2019:176
Hoge Raad · 05-02-2019 · zaaknummer 16/03537
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op 21-4-2007 op Schiphol op geldbedragen (USD 57.500, € 1.850 en CHF 5.000) onder ander die wordt verdacht van witwassen. Klager (derde/niet-beslagene) stelt rechthebbende op deel van geldbedragen te zijn (USD 41.000, € 1.850 en CHF 5.000). Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard op de grond dat belang van strafvordering zich niet tegen opheffing beslag verzet maar klager niet heeft aangetoond dat hij buiten redelijke twijfel als rechthebbende op geldbedragen dient te worden aangemerkt. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel in zoverre terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: Rb heeft in de bestreden beschikking het juiste toetsingskader weergegeven voor de beoordeling van een beklag van een derde tegen een ex art. 94 Sv gelegd beslag. Door vervolgens echter te overwegen dat klager niet (genoegzaam met stukken) heeft aangetoond dat hij buiten redelijke twijfel als eigenaar van/rechthebbende op de in het klaagschrift genoemde geldbedragen dient te worden aangemerkt, en overigens geen stukken heeft overgelegd die zijn stelling onderbouwen dat de in beslag genomen geldbedragen legaal door hem zijn verkregen, heeft Rb een andere dan de toepasselijke en dus een onjuiste maatstaf aangelegd. CAG gaat in op vraag naar ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu OvJ t.a.v. deel geldbedragen heeft gelast dat daarmee wordt gehandeld als verbeurdverklaard.
Rechters
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- J. Kuijper
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
