ECLI:NL:HR:2019:1636
Hoge Raad · 29-10-2019 · zaaknummer 18/00695
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. overtreding art. 9.2 WVW 1994. Eisen aan een appelschriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410.1 Sv. Het Hof heeft overwogen dat het de brief van verdachte “niet aanmerkt als een brief die grieven bevat” en heeft toepassing gegeven aan art. 416.2 Sv. In aanmerking genomen dat aan de formulering van grieven – die ook door verdachte zelf kunnen worden ingediend – a.b.i. art. 410.1 Sv geen hoge eisen worden gesteld (vgl. ECLI:NL:HR:2014:1496), is het oordeel van het Hof dat verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, niet z.m. begrijpelijk. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D. Bektesevic
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
