ECLI:NL:HR:2019:1635
Hoge Raad · 29-10-2019 · zaaknummer 18/00700
Inhoudsindicatie
Poging doodslag te Sittard-Geleen, art. 287 jo. 45 Sr. Middelen over o.m. schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. CAG gaat in op de vraag of in een geval als i.c., wanneer de overige middelen zich lenen voor afdoening ex art. 80a RO en daarom het middel dat klaagt over de schending van de redelijke termijn in cassatie dat lot moet delen, en in de schriftuur wordt verzocht een prejudicieel advies te vragen aan het EHRM, de zaak nog steeds op de voet van art. 80a RO kan worden afgedaan, of dat de Hoge Raad gehouden is op dit (voorwaardelijke) verzoek inhoudelijk/gemotiveerd te reageren. De AG gaat in op adviesprocedure EHRM en stelt zich op het standpunt dat de enkele omstandigheid dat in een cassatiemiddel wordt verzocht om een adviesverzoek te doen aan het EHRM, niet in de weg staat aan de toepassing van art. 80a (of art. 81.1 RO). Voorts komt de AG tot het oordeel dat i.c. geen reden is om een adviesverzoek te doen aan het EHRM. HR: art. 80a RO.
Advocaten
- A.E. Harteveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
