ECLI:NL:HR:2019:1545
Hoge Raad · 08-10-2019 · zaaknummer 18/01106
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten (art. 3.C Opiumwet) en diefstal van elektriciteit (art. 311.1.5 Sr) in door verdachte gehuurde woning. 1. ’s Hofs oordeel dat verdachte hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad begrijpelijk, gelet op verklaring verdachte dat zij inwoonde bij haar vriend? 2. Bewijsklacht diefstal. Ad 1. Hof heeft zijn oordeel dat verdachte in pand hennepplanten “opzettelijk aanwezig heeft gehad” niet toereikend gemotiveerd. HR neemt daarbij in aanmerking dat Hof zijn oordeel dat verdachte het in dit verband vereiste opzet heeft gehad in de kern slechts erop heeft gebaseerd dat verdachte pand had gehuurd en dat als “uitgangspunt daarbij heeft te gelden dat er van uit mag worden gegaan dat een huurder weet wat zich in zijn woning bevindt dan wel afspeelt, tenzij anders is gebleken”, terwijl Hof in het midden heeft gelaten verweer dat verdachte niet in desbetreffend pand maar in woning van haar partner verbleef. Ad 2. Aangezien bewezenverklaring, inhoudende dat verdachte elektriciteit heeft “weggenomen”, niet z.m. kan worden afgeleid uit gebezigde b.m., is bestreden uitspraak in dit opzicht niet naar eis der wet met redenen omkleed. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- G. Knigge
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
