ECLI:NL:HR:2019:1459
Hoge Raad · 01-10-2019 · zaaknummer 18/01145
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van 4 tabletten bevattende MDMA in keukenkastje van woning waarvan verdachte hoofdbewoner was, art. 2.C Opiumwet. Moet verdachte zich in meer of mindere mate bewust zijn geweest van aanwezigheid van verdovende middelen? ’s Hofs oordeel dat verdachte verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad is, mede gelet op ttz. gevoerd verweer, niet z.m. begrijpelijk. Hof heeft zijn oordeel dat verdachte de vereiste bewustheid had van aanwezigheid van XTC-tabletten in het keukenkastje, immers slechts erop gebaseerd “dat verdachte reeds gedurende langere tijd de hoofdbewoner van de woning was en toegang had tot alle in de woning aanwezige ruimten en plaatsen waar de verdovende middelen zijn aangetroffen”. Die motivering is niet toereikend. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/06136 en 18/00360.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- I.T.H.L. van de Bergh
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
