Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2019:1456

Hoge Raad · 01-10-2019 · zaaknummer 18/01356

StrafrechtGepubliceerd 27-09-2019
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Opzettelijk handelen in strijd met het in art. 2.A Opiumwet gegeven verbod door invoer van ruim 30 kg ayahuasca-thee bestemd voor kerk. Beroep op recht op vrijheid van godsdienst ex art. 9 EVRM. Kon Hof bij toetsing van noodzakelijkheid van beperking van recht op vrijheid van godsdienst omstandigheden betrekken die buiten concrete omstandigheden van het geval vallen (gebruik van ayahuasca buiten religieuze setting en informatie van instituut)? Bij Opiumwet voorzien verbod op invoer van ayahuasca strekt ter bescherming van volksgezondheid en dit verbod kan worden aangemerkt als beperking op aan verdachte toekomende vrijheid van godsdienst die in democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van bescherming van gezondheid a.b.i. art. 9.2 EVRM (vgl. ECLI:NL:HR:2007:AZ2497). HR leidt uit uitspraak EHRM (Fränklin-Beentjes en Ceflu-Luz Da Floresta tegen Nederland, nr. 28167/06) af dat voor beoordeling van noodzakelijkheid van inbreuk in een democratische samenleving niet steeds afweging per situatie is vereist maar dat algemene toetsing volstaat. ’s Hofs oordeel dat toepassing van betreffende Opiumwetbepalingen en daarmee beperking van recht op vrijheid van godsdienst van verdachte in gevallen als het onderhavige in democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van volksgezondheid, is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.