ECLI:NL:HR:2019:1358
Hoge Raad · 17-09-2019 · zaaknummer 17/05224
Inhoudsindicatie
Medeplegen van opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten, art. 213 Sr. Bewijsmotiveringsklacht. Kon Hof onder b.m. verklaringen van verdachte en medeverdachte opnemen die het in zijn nadere bewijsoverwegingen onaannemelijk of ongeloofwaardig heeft geacht? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BV3442 m.b.t. weergave van redengevende f&o ontleend aan gebezigde b.m. Hof heeft voor bewijs gebruikt verklaringen van verdachte en van medeverdachte, terwijl Hof heeft geoordeeld dat deze verklaringen ten dele niet geloofwaardig zijn. Hof heeft die verklaringen in zoverre ten onrechte onder b.m. opgenomen. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 18/01968.
Advocaten
- D.J.G.J. Cornelissen
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
