ECLI:NL:HR:2019:1307
Hoge Raad · 10-09-2019 · zaaknummer 18/00507
Inhoudsindicatie
Noodweer, volgorde geweldshandelingen niet vastgesteld. Mishandeling, begaan tegen zijn echtgenoot door haar bij keel te pakken en tegen grond te drukken, voordat/nadat aangeefster verdachte in zijn borst heeft gebeten en om zich heen heeft geslagen, art. 300 jo. 304 Sr en art. 9a Sr. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:2595. Hof heeft beroep op noodweer verworpen op de grond dat Hof niet kan vaststellen wat volgorde van geweldshandelingen is geweest en aan beroep op noodweer ten grondslag gelegde stelling (handelen verdachte was reactie op geweld aangeefster) niet aannemelijk is geworden, nu lezing verdachte onvoldoende steun vindt in dossier. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk gemotiveerd, in aanmerking genomen dat Hof aan zijn beslissing ten grondslag heeft gelegd enerzijds dat niet kon worden vastgesteld wat de volgorde van de verschillende geweldshandelingen van aangeefster en verdachte is geweest, maar anderzijds dat de lezing van verdachte over de volgorde van de gebeurtenissen niet aannemelijk is geworden, terwijl Hof een verklaring van verdachte voor het bewijs heeft gebruikt die kennelijk inhoudt dat aangeefster na een woordenwisseling verdachte is aangevlogen en hem in zijn borst heeft gebeten, waarna verdachte haar op de grond heeft gelegd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- R.A.J. Verploegh
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
