ECLI:NL:HR:2019:128
Hoge Raad · 29-01-2019 · zaaknummer 17/01376
Inhoudsindicatie
Opzetheling auto, art. 416.1.a Sr. Wist verdachte “ten tijde van” voorhanden krijgen van auto dat het een door misdrijf verkregen goed betrof? Hof heeft vastgesteld dat verdachte auto voorhanden had en dat deze auto op dat moment niet was voorzien van het originele kenteken. Hof heeft voorts geoordeeld dat, in aanmerking genomen dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd en in strijd met de waarheid heeft ontkend dat hij auto voorhanden had alsmede dat A moest tanken met in de auto aanwezige diesel, verdachte wist dat deze auto van misdrijf afkomstig was. Daarin ligt tevens als ’s Hofs oordeel besloten dat verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven m.b.t. voorhanden hebben van deze auto en dat het niet anders kan dan dat verdachte ook "ten tijde van" voorhanden krijgen van auto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Gelet hierop is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd (vgl. ECLI:NL:HR:2019:97). Volgt verwerping.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- J.J. Bussink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
