ECLI:NL:HR:2018:905
Hoge Raad · 12-06-2018 · zaaknummer 16/04504
Inhoudsindicatie
Schadevergoedingsmaatregel, art. 36f.1 Sr. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat onder het toegekende bedrag aan schadevergoeding de kosten betreffende “aanwezigheid bij rechtszaak” moet worden begrepen. Deze kosten heeft de b.p. kennelijk gemaakt in het kader van de voegingsprocedure en worden in het voegingsformulier niet aangemerkt als schade die rechtstreeks het gevolg is van het strafbare feit. Deze kosten zijn aan te merken als kosten a.b.i. art. 592a Sv die niet in aanmerking kunnen worden genomen bij de oplegging van de in art. 36f.1 Sr voorziene maatregel (vgl. ECLI:NL:HR:2017:653). HR vermindert het bedrag van de opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat evenals het aantal dagen van de vervangende hechtenis.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- V.A. Groeneveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
