ECLI:NL:HR:2018:903
Hoge Raad · 12-06-2018 · zaaknummer 16/04426
Inhoudsindicatie
Noodweer(exces). Poging tot doodslag door tijdens uit de hand gelopen ruzie in woning meermalen met mes in bovenlichaam van huisgenote te steken. Art. 45 jo. 287 Sr. Klacht dat de door het Hof in aanmerking genomen omstandigheid dat aangeefster verdachte slechts "met één hand" bij haar keel heeft gegrepen niet uit de gebezigde b.m. volgt en het Hof ook niet heeft aangegeven aan welke wettige b.m. het deze omstandigheid heeft ontleend, mist feitelijke grondslag. Daarnaast miskent de klacht dat de opvatting dat de f&o waarop de rechter zich beroept bij de weerlegging van een beroep op een strafuitsluitingsgrond uit de gebezigde b.m. moeten volgen dan wel dat de rechter met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn verwerping het wettige b.m. dient aan te geven waaraan die f&o ontleend, onjuist is (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AW4459). Voorts is de vaststelling dat verdachte een mes heeft gepakt en op intimiderende wijze met een mes in haar hand op aangeefster is afgestapt niet innerlijk tegenstrijdig met de bewijsvoering. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- G. Spong
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
