ECLI:NL:HR:2018:80
Hoge Raad · 23-01-2018 · zaaknummer 16/01094
Inhoudsindicatie
Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 1.1 en 38v Sr. Hof heeft verdachte t.z.v. medeplegen van belaging in de periode van 26 juni 2009 tot en met 18 juni 2014 een contactverbod voor 2 jaar opgelegd. Art. 38v Sr is ingevoerd bij de Wet rechterlijk gebieds- of contactverbod (Stb. 2011, 546), die op 1 april 2012 in werking is getreden. Art. 38v Sr voorziet in de mogelijkheid een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De invoering van deze bepaling houdt een wijziging in van de toepasselijke regels van sanctierecht. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het bewezenverklaarde feit dat door het Hof als één misdrijf is gekwalificeerd mede vóór 1 april 2012 is begaan, heeft het Hof miskend dat art. 38v Sr buiten toepassing dient te blijven. Volgt vernietiging t.a.v. het contactverbod en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. CAG: Hof kon de maatregel opleggen voor de belaging zoals deze heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van art. 38v Sr. Samenhang met 16/01093.
Advocaten
- B.A.A. Postma
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
