ECLI:NL:HR:2018:754
Hoge Raad · 22-05-2018 · zaaknummer 16/04762
Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b. op de grond dat h.b. na in persoon betekening inleidende dagvaarding te laat is ingesteld, art. 408.1.a Sv. Verschoonbare termijnoverschrijding t.g.v. niet-naleving art. 51 (oud) Sv in e.a.? ’s Hofs oordeel dat verdachte ex art. 408.1.a Sv niet kan worden ontvangen in h.b. nu hij op 8-12-2015 h.b. heeft ingesteld, terwijl dagvaarding om ttz. van Pr van 27-5-2015 te verschijnen aan hem in persoon is betekend, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Dat het verzuim om tijdig h.b. in te stellen - naar in cassatieschriftuur wordt gesteld - is gelegen in omstandigheid dat aan raadsvrouwe van verdachte in strijd met art. 51 (oud) Sv, thans art. 48 Sv, niet een afschrift van dagvaarding in e.a. is gezonden, dwingt niet tot ander oordeel (vgl. ECLI:NL:HR:2007:BB6401). Samenhang met 16/04761 P.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
