ECLI:NL:HR:2018:741
Hoge Raad · 22-05-2018 · zaaknummer 16/04166
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal fiets bij zwembad, art. 311.1.4 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718, ECLI:NL:HR:2016:1316 en ECLI:NL:HR:2018:83 m.b.t. motiveringsplicht voor rechter indien medeplegen niet bestaat uit gezamenlijke uitvoering. Bewijsvoering Hof biedt onvoldoende grond voor diens oordeel dat verdachte zo nauw en bewust met een ander heeft samengewerkt dat, zoals is bewezenverklaard, hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging. T.a.v. de rol van verdachte bij die diefstal kan uit de bewijsvoering naar de kern genomen niet meer worden afgeleid dan dat hij heeft gewacht op medeverdachte toen deze een fiets wegnam en dat hij vervolgens de scooter heeft bestuurd waarop medeverdachte achterop plaatsnam terwijl deze nog steeds de fiets op zijn schouder had. Het behoeft nadere motivering waarom zo’n gedraging, die doorgaans met medeplichtigheid in verband wordt gebracht, als het "medeplegen" van diefstal kan worden aangemerkt. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- F.W. Bleichrodt
- S. Ikiz
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
