ECLI:NL:HR:2018:659
Hoge Raad · 24-04-2018 · zaaknummer 16/02631
Inhoudsindicatie
Poging zware mishandeling. Voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel door met gebalde vuist één stomp tegen het gezicht te geven? Art. 45 Sr en art. 302 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte, die vroeger heeft gebokst en een grote man is van ca. twee meter, met een gebalde vuist “gericht en met kracht” tegen het gezicht van het slachtoffer onder zijn rechteroog en tegen zijn neus heeft gestompt ten gevolge waarvan fracturen aan de oogkas en het neusbot zijn ontstaan. ’s Hofs op die - niet onbegrijpelijke - vaststellingen gebaseerde oordeel dat kan worden bewezenverklaard dat verdachtes opzet was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- M.C. van der Want
- P.C. Vegter
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
