ECLI:NL:HR:2018:446
Hoge Raad · 27-03-2018 · zaaknummer 16/03309
Inhoudsindicatie
Medeplegen van valsheid in geschrift. Art. 225 Sr. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2014:3474, ECLI:NL:HR:2015:718 en ECLI:NL:HR:2016:1316 m.b.t. art. 47 t/m 51 Sr en de voorwaarden die gelden voor medeplegen. T.a.v. de rol van verdachte m.b.t. tot dat valselijk opmaken heeft het Hof naar de kern genomen niet meer vastgesteld dan dat verdachte belanghebbende was bij het opmaken van de in de bewezenverklaring vermelde werkgeversverklaringen en salarisspecificatie en dat hij op eigen initiatief om die geschriften heeft verzocht. ’s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat de rol van verdachte zo essentieel is geweest dat ook zonder dat hij een feitelijke uitvoeringshandeling heeft verricht, sprake is van nauwe en bewuste samenwerking tussen hem en de persoon of de personen die de documenten valselijk heeft of hebben opgemaakt en derhalve van een intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht, is ontoereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 13/01932.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- G. Spong
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
