ECLI:NL:HR:2018:434
Hoge Raad · 27-03-2018 · zaaknummer 16/02705
Inhoudsindicatie
Betekening inleidende dagvaarding. Datum verzending dagvaarding naar adres in Bulgarije is niet aangetekend op akte van uitreiking. Op de gronden die zijn vermeld in de CAG is het middel in zoverre terecht voorgesteld. HR doet de zaak zelf af en verklaart inleidende dagvaarding nietig. CAG: Akte van uitreiking vermeldt dat inleidende dagvaarding is uitgereikt aan de griffier omdat van verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is en dat voorts een afschrift van de dagvaarding is verzonden naar het GBA-adres van verdachte in Bulgarije. Datum van de verzending van de dagvaarding is niet aangetekend op de akte van uitreiking, terwijl uit de stukken van het geding ook overigens niet blijkt dat de dagvaarding is verzonden naar het adres van verdachte in Bulgarije. ’s Hofs oordeel dat dagvaarding geldig is betekend, is zonder nadere motivering niet begrijpelijk.
Advocaten
- N. van der Laan
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
