ECLI:NL:HR:2018:42
Hoge Raad · 16-01-2018 · zaaknummer 17/02373
Inhoudsindicatie
1. Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in h.b., omdat het te laat is ingesteld. Kan geschrift marechaussee m.b.t. mededeling uitspraak e.a. worden aangemerkt als omstandigheid waaruit voortvloeit dat einduitspraak verdachte bekend was a.b.i. art. 408.2 Sv? 2. Rechtsgevolgen overschrijding inzendingstermijn in cassatie i.g.v. niet-ontvankelijkverklaring in h.b. Ad 1. Hof heeft o.b.v. een “stuk” van de marechaussee vastgesteld dat mededeling uitspraak betreffende vonnis Ktr op 8 december 2014 door een medewerker van de marechaussee aan verdachte in persoon is betekend. Gelet op de inhoud van dat stuk, is ‘s Hofs vaststelling niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat uitleg stuk is voorbehouden aan feitenrechter. Dit brengt mee dat ’s Hofs oordeel dat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat einduitspraak Ktr verdachte op 8 december 2014 bekend was, zodat verdachte binnen 14 dagen daarna h.b. had moeten instellen, toereikend is gemotiveerd. Ad 2. Gelet op falen eerste middel moet er in cassatie van worden uitgegaan dat Hof verdachte terecht n-o heeft verklaard in zijn h.b., zodat vonnis in e.a. onherroepelijk is geworden. Gelet hierop kan klacht over overschrijding inzendingstermijn in cassatie, niet leiden tot vernietiging van 's Hofs uitspraak (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AO5711).
Advocaten
- A.J. Machielse
- D. Bektesevic
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
