ECLI:NL:HR:2018:304
Hoge Raad · 06-03-2018 · zaaknummer 16/03906
Inhoudsindicatie
Medeplichtigheid aan gekwalificeerde doodslag, art. 287 en 288 Sr. Voor medeplichtigheid vereist opzet en eis van voldoende verband tussen beoogd en gepleegd delict in context van ripdeal. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BO4471 m.b.t. situatie waarin (voorwaardelijk) opzet van medeplichtige niet (volledig) is gericht op het gronddelict en eis dat misdrijf waarop het opzet van medeplichtige wel was gericht voldoende verband moet houden met het gronddelict. Hof heeft vastgesteld dat het opzet van verdachte gericht was op het behulpzaam zijn bij het rippen van een partij cocaïne en dat daarmee diens opzet was gericht op het behulpzaam zijn bij "een diefstal waarbij (mogelijk fors) geweld zou worden toegepast". Hof heeft op grond daarvan geoordeeld dat dit misdrijf verband hield met de gekwalificeerde doodslag a.b.i. art. 288 Sr. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J. Kuijper
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
