ECLI:NL:HR:2018:244
Hoge Raad · 20-02-2018 · zaaknummer 16/02238
Inhoudsindicatie
Mishandeling, art. 300.1 Sr. Motiveringsplicht t.a.v. gebruik voor het bewijs van een schriftelijk bescheid houdende de verklaring van een persoon wiens identiteit niet blijkt, art. 344a.3 Sv en 360 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1460 m.b.t. motiveringsplicht rechter. Hof heeft t.a.v. een als b.m. gebezigd p-v van politie vastgesteld dat daarin o.m. een verklaring is weergegeven van een anoniem gebleven getuige van wie enkel een voornaam in het p-v staat vermeld. Dit p-v moet derhalve worden aangemerkt als een schriftelijk bescheid a.b.i. art. 344a.3 Sv. Hof heeft i.s.m. art. 360.1 Sv verzuimd het gebruik van dit deel van het b.m. nader te motiveren. Dit verzuim behoeft evenwel bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Gelet op de inhoud van de overige door het Hof gebezigde b.m. is de bewezenverklaring immers - ook met weglating van de getuigenverklaring, die slechts betrekking heeft op de wijze waarop de verbalisant een foto van verdachte heeft verkregen - toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
