ECLI:NL:HR:2018:2347
Hoge Raad · 18-12-2018 · zaaknummer 18/02165
Inhoudsindicatie
Herziening. Onverzekerd rijden in bedrijfsauto (art. 30.4 WAM). Aangevoerd wordt dat auto op pleegdatum wel verzekerd was. HR: Op gronden vermeld in CAG kan aangevoerde niet worden aangemerkt als een gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Afwijzing aanvraag. CAG: Uit bij de herzieningsaanvraag overgelegde stukken (verklaring ex art. 34 WAM van verzekeraar en afdruk van overboeking aan verzekeraar) blijkt dat het voertuig verzekerd was op de bewezenverklaarde datum. In door griffie van HR ontvangen strafdossier van Rb bevindt zich echter een kopie van de verklaring ex art. 34 WAM van verzekeraar. Die kopie komt geheel overeen met de kopie van de verklaring zoals bij de herzieningsaanvraag is gevoegd. De verklaring dateert van vóór vonnis van Ktr. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat Ktr met die verklaring niet bekend was. Aan de bij herzieningsverzoek gehechte stukken kan dus niet het vermoeden worden ontleend dat Ktr, als hij met door aanvrager vermelde gegevens bekend was geweest, aanvrager van het tlgd. zou hebben vrijgesproken. CAG wijst nog op mogelijkheid gratieverzoek.
Advocaten
- H.A. Jonker-van Dijk
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
