ECLI:NL:HR:2018:228
Hoge Raad · 20-02-2018 · zaaknummer 16/00313
Inhoudsindicatie
Opzetheling, art. 416 Sr. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1996:ZD0413 m.b.t. gebruik voor het bewijs van kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte. Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de als b.m. gebruikte verklaring van verdachte kennelijk leugenachtig is en bedoeld om de waarheid te bemantelen dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de laptop wist dat deze van misdrijf afkomstig was, en dit oordeel hierop gegrond dat uit de b.m. blijkt dat de laptop op 4 februari 2014 is gestolen en dat verdachte ongeveer vijf maanden nadien, op 14 juli 2014, heeft verklaard dat hij de laptop ongeveer acht maanden in zijn bezit had. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- A.J. Machielse
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
